Alum: Formation & Geology Varieties

Alum: Vorming & Geologie Variëteiten

Alum (Kaliumalum): Vorming, Geologie & Variëteiten

Waar alum in de natuur groeit, hoe die sneeuwachtige korsten en scherpe octaëders ontstaan, en hoe je de familieleden uit elkaar kunt houden 🤍🧪

📌 Overzicht (Wat geologen bedoelen met “Alum”)

In de mineralogie betekent “alum” meestal het mineraal alum-(K), de natuurlijke vorm van kaliumalum met de formule KAl(SO4)2·12H2O. Het is een gehydrateerd dubbel sulfaat van kalium en aluminium dat kristalliseert in het isometrische systeem en vaak verschijnt als zachte, sneeuwachtige uitslag of (minder vaak) als scherpe octaëders. Alum behoort tot een bredere alumgroep gedefinieerd door de algemene formule XAl(SO4)2·12H2O waarbij X een monovalente kation is (K, Na, NH4, enz.). 1

Praktische tip: Alum groeit waar zure, sulfaatrijke wateren samenkomen met aluminium- + kaliumbronnen, en daarna opdrogen. Denk aan fumarolen, zure mijnwanden en droge grotten. 2

🌋 Geologische Omgevingen (Waar Alum Voorkomt)

  • Vulkanische fumarolen & solfataren: Zure dampen/condensaten neerslaan alum op kraterwanden en scoria rond actieve ventilaties (bijv. Vesuvius en Solfatara, Campanië, Italië). 3
  • Supergene zones in argillaceuze sedimenten en steenkoollagen: Oxidatie van pyriet/marcasiet genereert zwavelzuur; waar K en Al beschikbaar zijn uit klei of veldspaten, kristalliseren verdampende poriewateren alum als uitbloeiende korsten. 4
  • Grot- en beschutte microklimaten: Zwavelzuur uit sulfide-oxidatie (of H2S-degassing) reageert met Al-bevattende gesteenten; ammoniak uit guano kan het ammonium-analoge (tschermigite) produceren. 5

Leerboek-octaëders zijn zeldzaam in de natuur; de meeste veldvondsten zijn druse/porieuze coatings en stalactitische massa's gevormd door herhaaldelijk nat en droog worden. 6


🧪 Vormingsroutes (Van Zuur tot Alum)

1) Fumarolische Neerslag

Zure, sulfaatrijke dampen condenseren op koele oppervlakken; waar K- en Al-ionen aanwezig zijn, kristalliseert alum-(K) als coatings of kleine octaëders. RRUFF-gecatalogiseerde exemplaren van Boliviaanse fumarolen tonen alum met native zwavel en natriumalumhydrataten — een klassieke ventilatie-assortiment. 7

2) Supergene “Zure Mijn” Route

Oxiderende pyriet produceert zwavelzuur en Fe-sulfaten; zuur sijpelt door K-rijke klei/feldspaten en mobiliseert Al. Tijdens droge periodes kristalliseert alum als uitbloeiing naast alunogeen, pickeringiet, epsomiet, melanteriet en gips. 8

3) Grot/Guano Chemie

In zwavelzuurgrotten kan ammoniak uit guano het kationensaldo verschuiven naar NH4+, wat tschermigite (ammoniumalum) als transparante korsten bevordert. Verslagen uit Serpents Cave documenteren tschermigite met alunogeen en jurbaniet op zuur geëtste wanden. 9

Geochemische samenvatting: Zuur + Al + SO42− + K/NH4/Na → alum-type dubbele sulfaten bij verdamping. Houd het droog, en het blijft mooi. 10

🧬 Paragenese & Texturen (Hoe het groeit)

  • Volgorde: Zuurvorming → metaal/alkali opname uit gastheer → verdamping → vroege vezelige/porieuze sulfaten → alum overgroei in drogere fasen. In mijnwanden en stortplaatsen evolueren suites seizoensgebonden naarmate de luchtvochtigheid schommelt. 11
  • Gewoontecontrole: Neutrale oplossingen bevorderen octaëders; alkalische oplossingen kunnen kubische gewoonten produceren — maar beide zijn fragiel en kortstondig buiten. 12
  • Texturen: Vaak druzy coatings, stalactietachtige “ijspegels” en poederige bloei (micro-oplossing/herneerslag). Korsten nabij ventilaties kunnen zoning tonen door temperatuur/chemiegradiënten. 13

Vertaling: alum is een fair-weather vriend — prachtig als het droog is, kieskeurig als het vochtig is. (Eerlijk gezegd hetzelfde.)


🧼 Stabiliteit & Verandering (Hydratatietoestanden Zijn Belangrijk)

  • Wateroplosbaar & vochtgevoelig: Zelfs adem kan verse vlakken beslaan/etsen; herhaalde nat/droog cycli doen de glans dof worden. 14
  • Thermisch gedrag: Verwarming drijft structureel water af; gecontroleerde studies tonen dat smelten/dehydratie begint ruim onder 100 °C op labtijdschalen. 15
  • Hydraatverschuivingen: K-alum kan dehydrateren/transformeren; gerelateerde Na- en K-fasen bestaan bij lagere hydrataties (bijv. mendoziet, kaliniet), die zich vormen of overdrukken in zeer droge niches. 16

🧩 Geassocieerde Mineralen (Het Gezin van Alum)

In fumarolische en supergene omgevingen wordt alum vaak gevonden met alunogeen (Al2(SO4)3·17H2O), pickeringiet, epsomiet, melanteriet, gips en natuurlijke zwavel. Deze sulfaatrijke samenstelling is een betrouwbare vingerafdruk van zure sulfaatomgevingen. 17

Verzamelaarsaanwijzing: Als je de zijdezachte massa's van alunogeen plus groenachtige melanteriet ziet in een droge schacht of stort, zoek dan naar delicate alumbloei in de buurt — fotografeer snel en bewaar droog. 18

🔬 Varianten & Nauwe Verwanten (Alum Groep Overzicht)

Soort Formule Omgeving / Notities Snelle ID aanwijzingen
Alum‑(K) (kaliumalum) KAl(SO4)2·12H2O Fumarolen, supergene uitbloeiingen, grotwanden; zeldzame octaëders in neutrale oplossingen. Typegebied: Campanië, Italië. 19 Zeer lichte SG; wateroplosbaar; isotroop; druzy korsten komen vaak voor. 20
Alum‑(Na) (natriumalum) NaAl(SO4)2·12H2O Vergelijkbare omgevingen; onderdeel van de alumserie. Meer oplosbaar; komt voor bij Na-rijke suites. 21 Kubisch dodecahydraat; fragiele uitbloeiingen; lage SG. 22
Tschermigiet (alum-(NH4)) (NH4)Al(SO4)2·12H2O Grotten & mijnen waar ammoniak (guano) aanwezig is; zeldzaam maar diagnostisch. 23 Transparante korsten; vormt zich met alunogeen/jurbaniet in zure grotten. 24
Kaliniet (K-alum undecahydraat) KAl(SO4)2·11H2O Droge uitbloeiingen; vezelig, monoklien; historisch betwist maar erkende soort. 25 Fibervormige gewoonten; lager hydraat dan alum-(K). 26
Mendoziet (Na-alum undecahydraat) NaAl(SO4)2·11H2O Verdampingsafzettingen in zeer droge gebieden; kan uitbloeden tot tamarugiet (hexahydraat). 27 Prismatisch/pseudo-rhombisch; zeer oplosbaar. 28
Tamarugiet (Na-alum hexahydraat) NaAl(SO4)2·6H2O Wijdverspreid maar zeldzaam in droge/zoute gebieden; vaak wijziging van Na-alum hydraten. 29 Biaxiaal; tabulaire/prismatische kristallen; nog steeds wateroplosbaar. 30
"Chroomalum" (KCr(SO4)2·12H2O) Cr3+ analogie Industriële/synthetische dubbele sulfaat; natuurlijke mineraalvoorkomens zijn niet vastgesteld in de IMA-goedgekeurde alumgroeplijst. 31 Donkerpaarse laboratoriumkristallen; educatieve demonstraties. 32

Alums kunnen verschillende α/β/γ structuurtypes aannemen; natuurlijke dodecahydraten zijn het meest voorkomend in het veld. 33


🗺️ Opmerkelijke locaties (Momentopname)

Campanië, Italië — Vesuvius & Solfatara

Klassieke fumarolische assemblages met alum‑(K) op scoria en kraterwanden; typegebied voor de soort. 34

Alum Cave Bluff, Tennessee, VS

Beschutte klif-/grotomgeving die sulfaatuitbloei produceert; alum‑(K) geregistreerd in de suite. 35

El Desierto Fumarolen, Potosí, Bolivia

Alum‑(K) met zwavel en tamarugiet gedocumenteerd door RRUFF (bevestigd door enkelkristal XRD). 36

Monte Arsiccio-mijn, Toscane, Italië

Zuur‑sulfaat secundaire suite; alum‑(K) in granoblastische aggregaten met andere sulfaten. 37

Deze locaties benadrukken de twee grote thema's: vulkanische zuurcondensaten en supergene zuurafvoer. 38


🧭 Veld- & Displaytips (Voor een mineraal dat smelt bij een blik)

  • Snel documenteren: Fotografeer ter plaatse; vochtigheid verandert oppervlakken snel. Bewaar met droogmiddel als je verzamelt. 39
  • Niet wassen: Gebruik een blaasbalg/zachte droge borstel; water zal delicate korsten aantasten of verwijderen. 40
  • Opslag: Luchtdichte microdoosjes met silicagel; vermijd keukens/badkamers en kustvochtigheid. (Ja, alum houdt niet van strandweer.) 41

❓ Veelgestelde vragen

Is alum altijd natuurlijk?

Nee. Veel heldere octaëders die voor onderwijs worden verkocht, zijn gekweekt uit oplossing. Natuurlijk alum‑(K) komt voor, maar vaker als korsten/uitbloeiingen dan als perfecte enkele kristallen. Label altijd natuurlijk versus laboratoriumgekweekt voor duidelijkheid. 42

Wat is het verschil tussen alum en aluniet?

Alum hier = een gehydrateerd dubbel sulfaat (bijv. alum‑(K)); aluniet is een veel hardere kaliumaluminiumsulfaathydroxide die vaak fungeert als K/Al-bron voor alumoplossingen in de natuur of industrie. 43

Komt “chroomalum” voor als mineraal?

Chroomkaliumalum is een bekend synthetisch dubbel sulfaat dat industrieel wordt gebruikt; het staat niet vermeld als een natuurlijk IMA-goedgekeurd alumgroepsoort. Behandel paarse kristallen als chemische curiositeiten, niet als veldmineralen. 44


✨ De kern

Alum‑(K) gedijt waar zure sulfaatwaters K + Al-bronnen ontmoeten en de lucht het afmaakt door verdamping. Verwacht het bij fumarolen, zure mijnwanden en droge grotten, vaak met alunogeen, epsomiet en melanteriet. Binnen de alumfamilie weerspiegelen K/Na/NH4-leden en lager gehydrateerde neven (kaliniet, mendoziet, tamarugiet) de lokale chemie en luchtvochtigheid. Houd het droog, label het duidelijk en geniet van de paradox: een “mineraal” dat eigenlijk een beleefde, kristallijne laboratoriumzout is — prachtig, maar voeg alsjeblieft geen water toe. 45

Laatste knipoog: Alum lost sneller op dan roddels in een klein stadje — toon het onder een deksel en iedereen is blijer. 😄

📚 Bronnen & Notities

  1. Alum‑(K) definitie & alumgroepformule. Voeg een mineralogiereferentie toe (bijv. RRUFF/Mindat, leerboek). ↩︎
  2. Samenvatting van voorkomen. Fumarolen, zure mijnwanden, grotten/microklimaten. ↩︎
  3. Campania fumarolen. Vesuvius/Solfatara alumnotities. ↩︎
  4. Supergene uitbloeiingen. Pyrietoxidatie → zwavelzuur → alum met K/Al-bronnen. ↩︎
  5. Grotten & guano tot tschermigiet. Ammoniumalumcontexten. ↩︎
  6. Frequentie van voorkomen. Octaëders zeldzaam; druse/porieuze coatings veelvoorkomend. ↩︎
  7. Boliviaanse fumarolen (RRUFF). Alum met zwavel & Na-alum hydrataten. ↩︎
  8. Associaties van zure mijnroute. Alunogen, pickeringiet, epsomiet, melanteriet, gips. ↩︎
  9. Serpents Cave rapporten. Tschermigite met alunogen/jurbaniet. ↩︎
  10. Geochemische samenvatting. Reactiepad naar alum-type dubbele sulfaten. ↩︎
  11. Paragenetische volgorde. Seizoensgebonden evolutie van sulfaat suites. ↩︎
  12. Vormingscontrole. Neutraal → octaëders; alkalisch → kubussen. ↩︎
  13. Texturen & zoning. Druse/stalactieten; vent-nabije zoning. ↩︎
  14. Gevoeligheid voor vochtigheid. Wateroplosbaarheid; glansverlies. ↩︎
  15. Thermische dehydratie. Begin onder ~100 °C (lab-tijdschalen). ↩︎
  16. Hydraat verwanten. Kalinite, mendoziet, enz. ↩︎
  17. Geassocieerde mineralenlijst. Alunogen, pickeringiet, epsomiet, melanteriet, gips, zwavel. ↩︎
  18. Verzamelaar aanwijzing. Gebruik van alunogen/melanteriet als indicatoren. ↩︎
  19. Alum‑(K) omgevingen & typegebied. Campania referenties. ↩︎
  20. Alum‑(K) snelle ID. Isotropisch; drusy; zeer lichte SG. ↩︎
  21. Alum‑(Na) omgevingen. Na-rijke suites; hogere oplosbaarheid. ↩︎
  22. Alum‑(Na) ID. Dodecahydraat; fragiele uitbloeiingen. ↩︎
  23. Tschermigite omgevingen. Grotten/mijnen met ammoniak. ↩︎
  24. Tschermigite ID. Transparante korsten; grotaggregaties. ↩︎
  25. Kalinite notities. Monoklien undecahydraat; droge omgevingen. ↩︎
  26. Kalinite ID. Fibroos; lagere hydraat. ↩︎
  27. Mendoziet notities. Na-aluin undecahydraat; alteratie naar tamarugiet. ↩︎
  28. Mendoziet ID. Prismatisch; zeer oplosbaar. ↩︎
  29. Tamarugiet notities. Hexahydraat voorkomen/alteratie. ↩︎
  30. Tamarugiet ID. Biaxiaal; tabulair/prismatisch. ↩︎
  31. Status chroomaluin. Synthetisch; geen door IMA-goedgekeurde natuurlijke aluin-groep soort. ↩︎
  32. Chroomaluin kristallen. Donker violette laboratoriumkristallen voor demonstraties. ↩︎
  33. Structuurtypes. α/β/γ-notities; natuurlijke dodecahydraten meest voorkomend. ↩︎
  34. Campania-locaties. Vesuvius/Solfatara. ↩︎
  35. Alum Cave Bluff. Reeks sulfaten inclusief aluin-(K). ↩︎
  36. El Desierto (RRUFF). XRD-bevestigde aluin-(K) met zwavel/tamarugiet. ↩︎
  37. Monte Arsiccio. Zuur-sulfaat secundaire reeks. ↩︎
  38. Samenvatting locatie-thema. Fumarolisch vs. supergene zure afspoeling. ↩︎
  39. Veld: snel documenteren. Foto + droogmiddel. ↩︎
  40. Veld: niet wassen. Alleen droge gereedschappen. ↩︎
  41. Opslag. Luchtdichte microdoosjes; silicagel; vermijd vochtigheid. ↩︎
  42. FAQ: natuurlijk vs. laboratoriumgekweekt. Richtlijnen voor openbaarmaking. ↩︎
  43. FAQ: aluin vs. aluniet. Chemie & hardheidsverschil. ↩︎
  44. FAQ: chroomaluin als mineraal. Synthetische status. ↩︎
  45. Samenvattende notitie. Waar/waarom aluin ontstaat; familievarianten. ↩︎

Tip: Vul deze met degelijke bronnen (RRUFF, Mindat met literatuurverwijzingen, museum-/conservatienotities, peer-reviewed geochemische artikelen, USGS/GSJ-rapporten). Vermijd ongefundeerde blogs.

Terug naar blog